Ook glazen
hebben een voorloper, namelijk de stenen bierpot.
Zelfs lange tijd naast elkaar gebruikt. Vandaag is
de bierpot praktisch uit de bierwereld verdwenen.
Enkel mooie getuigen van het verleden resten ons.
Wie kent niet de 1 liter-kruiken die de brouwerij
Wieze jaarlijks ter gelegenheid van zijn
Wieze-feesten uitbrachten.
Indrukwekkend
is een verzameling van emailen reklameborden. U hebt
natuurlijk veel muren nodig opdat zoiets tot zijn
recht komt. Maar gezien deze (dure) vorm van
gevelreklame praktisch niet meer bestaat, is een
dergelijke verzameling steeds "oud materiaal",
m.a.w. ze betekenen weer een stuk verleden. Trouwens
weet u dat op iedere plaat het jaar van uitgifte
staat. In kleine lettertjes staat een lang nummer,
de laatste 4 posities zijn steeds het jaartal.
Tot zover een
kort overzicht van wat diverse bierattributen de
verzamelaars kunnen bieden. Wat we zeker onthouden
is dat onze rijkdom aan hoeveelheid brouwerijen en
het gebruik van publiciteitsmiddelen gedurende de
laatste 50 à 70 jaar ons een schat aan waardevolle
getuigen van onze rijke brouwerijgeschiedenis
schenken.
Dan wil ik
het nu hebben over één van de populairste
bierattributen, namelijk het bierviltje. Na een
algemene kijk op het viltje en het viltje gezien
door de bril van de drukker, gaan we ook dieper in
op wat de verzamelaar boeit in die viltjeswereld.
Verzamelen
start altijd met dezelfde vraag : wat valt er te
verzamelen. In ons geval misschien eerst wat
gegoochel met cijfers. Zoals reeds vermeld, vandaag
hebben we in België nog +/- 120 brouwerijen. Anno
1900, meer dan 3000. Viltjes in gebruik in België,
sedert +/- 1920. We kunnen alles uitdrukken in één
cijfer : 21.000. Dat is het aantal Belgische viltjes
dat er mogelijk reeds verschenen is. Vooroorlogse
exemplaren : 2500 à 2800 stuks. Wie internationaal
wil verzamelen vindt in Duitsland, Engeland,
Ierland, Nederland, Denemarken, Tsjechië,
Oostenrijk, Zwitserland, Noord-Frankrijk en
Luxemburg vruchtbare grond. Noordelijke landen
(Scandinavië) drinken meer sterke drank en
Zuidelijke landen (rond de Middellandse Zee) houden
van wijn. Buiten Europa is het, op Australië en de
Verenigde Staten na, niet veel zaaks. De V.S.A. is
dan nog vooral recentelijk goed bezig met viltjes,
want vroeger was het vooral het wettelijk verbod op
publiciteit voor alcohol dat het gebruik van viltjes
beperkte. Werelwijd zou een verzameling van 150.000
à 200.000 exemplaren mogelijk zijn.
Voordat we
het over de gekende vorm van een bierviltje hebben,
namelijk een kartonnen onderlegger meestal
vierkantig of rond van vorm, ook hier een vermelding
van de voorlopers. Meestal tinnen, soms porseleinen
onderleggers, waren de bierviltjes avant la lettre.
Nog geen publiciteit op die dingen en veelal werden
die onderleggers niet gebruikt om onder, maar wel
boven op de bierkruik te leggen. Zo kon men de
vliegen het gratis meedrinken beletten. Het
onderleggertje in "papierpulp" is ontstaan eind
vorige eeuw, om precies te zijn in 1892. Toen werd
in Dresden door Robert Sputh het eerste viltje
gedeponeerd. Een Duitse firma in Baden-Wurtemberg
zat met een grote hoeveelheid houtafval en verwerkte
deze resten tot een absorberende pasta. Eens droog
en versneden bleek dit een goed absorberend
materiaal te zijn, ideaal om de tafels in cafés
proper te houden en te beschermen tegen overlopend
bier. Begin 1900 werd het viltje bekender en kwam
meer en meer in gebruik.
In onze
contreien was er pas sprake van viltjes rond de
eerste wereldoorlog. Lange tijd dachten we dat de
oudste viltjes in de streek van Eupen-Malmedy te
vinden waren. Een fysische getuige is een viltje van
de brouwerij van Eupen dat rond 1919 werd gevonden.
In september 1921 zijn we 100% zeker : een viltje
van brouwerij Malmédy werd namelijk toen verstuurd.
(poststempel staat op rugzijde van dit viltje). Dat
die streek toen eigenlijk Duits gebied was, zal
waarschijnlijk aan de basis liggen dat viltjes daar
reeds vroeg verschenen. Het is tenslotte een Duitse
uitvinding. Maar zeer recent ontdekten we dat het
oudste viltje van België van brouwerij d’Akkergem
uit Gent komt. Deze brouwerij is de voorloper van
Brouwerij Belgica, later gefusioneerd met de Brugse
brouwerij Aigle. Het viltje is van vóór 1912 want
dit viltje werd gevonden in een nalatenschap van een
persoon die in 1912 overleden is.
Tussen de jaren 20 en 30 komen dan meer en meer
brouwerijen met viltjes op de markt. Vooral de
Brusselse brouwerijen en de grote brouwerijen die er
vandaag nog steeds zijn. Het gebruik van het viltje
blijft stijgen, weliswaar onderbroken door de tweede
wereldoorlog, maar vanaf de jaren 50 en 60 hebben de
meeste brouwerijen viltjes, ook de toen (nog
overgebleven) kleinere brouwerijen. Vanaf de jaren
70 kun je van een boem spreken. Brouwerijen als
Artois, Wielemans, Safir, Chevalier Marin en Lamot
gooien met viltjes. De tijd dat het viltje enkel
reklame voor de brouwerij of het biermerk was,
evolueert naar een kaartje dat, ofwel een
gebeurtenis aankondigt (denk maar aan de expo 58 of
ander feest), ofwel een serie van 10, 20, zelfs 50
viltjes rond een bepaald onderwerp. De Belgische
monumenten van Artois, de olympische spelen van
Mexico van Artois, de olympische spelen van Munchen
van Wielemans, de vele series over renners van Safir
en ga zo maar door. Terwijl u uw pintje dronk, kon u
uw persoonlijke IQ opkrikken, alleen al door alle
viltjes te bekijken. Na hoeveel pintjes dit helemaal
geen effect meer had, hangt uiteraard van uw
persoonlijk debiet af.
Einde jaren 80 is de grootste golf voorbij. Artois
stopt zijn uitgaven van reeksen en dataviltjes,
Wielemans, Safir, Chevalier Marin en ga zo maar door
verdwijnen van de markt (t.t.z. Interbrew slorpte ze
op). In de jaren 90 neemt Interbrewdochter,
Hoegaarden (brouwerij De Kluis) de rol van moeder
Artois over met de uitgave van vele reeksen (denk
maar aan de vele zeshoekige viltjes met humor erop).
Het is
interessant ook te vermelden hoe een verzamelaar
zijn verzameling organiseert. Alle onderwerpen
worden namelijk per brouwerij en per gemeente of
stad gerangschikt. Nu valt het niet steeds mee om
zomaar de naam van de brouwerij te identificeren. In
20 jaar ruilclub Gambrinus is natuurlijk een schat
aan ervaring opgebouwd die, zoals reeds vermeld,
werd gebundeld in onze "blauwen"
(biernamenregister). Maar toch zijn er namen die ook
wij niet in het juiste "brouwerij-vakje" kunnen
plaatsen en soms krijgen we dan hulp van onze
heemkundige collega’s.
Als
illustratie een leuke eigen ervaring. In 1992 komt
er een viltje "Blonde Extra des Flandres" met
ondertitel "La Lichtervelde" in mijn bezit. Nu was
mij bekend dat de Lichterveldse brouwerijen nooit
viltjes hadden gebruikt. OK, vermits wij niet alles
weten, kon dit een nieuw gegeven zijn. Dus volgende
vraag : welke Lichterveldse brouwerij ? Met de hulp
van de plaatselijke heemkring, in de vorm van een
boekje dat door de heer Luc Haeghebaert in 1986 was
geschreven over de brouwerijen te Lichtervelde, kon
ik al vlug brouwerij Lavens als brouwer van "Blonde
Extra des Flandres" aanwijzen. Doch slechts tot aan
de eerste wereldoorlog en mijn viltje was van de
periode 1922 - 1932. Er staat namelijk een
telefoonnummer van Brussel op het viltje, met 5
posities, en dat blijkt, na kontaktname met
Belgacom, uit die periode. Om een lang verhaal kort
te houden, in het artikel stond ook dat het recept,
na WO I, verkocht werd aan een zekere Delie. Met die
naam ben ik dan op zoek gegaan in allerlei boeken en
heemkundige werken en ben uiteindelijk via brouwerij
Maenhout in Gent bij brouwerij Bayard in Dendermonde
beland. Om maar te illustreren dat, 1. ook het
lokaliseren boeiend kan zijn en 2. dat heemkundigen
en verzamelaars elkaar aanvullen.
Het viltje
heeft ook in de loop van de geschiedenis zijn
onderlegfunctie en vorm van publiciteit
overschreden.. Waarvoor wordt het viltje niet
allemaal gebruikt. Het is praktisch als
boodschappenlijst, bestelbon, om de stand bij
kaartspelen bij te houden. Viltjes zijn de meest
gebruikte vorm van faktuur, in ‘t zwart. Staat de
tafel niet pas, één of meerdere viltjes helpen u
wel. Viltjes zijn voorwerpen ontstaan in de
bierwereld maar die ook meer en meer gebruikt worden
als algemene boodschapbrengers. Reklame voor
frisdranken en sterke dranken lijken logische
viltjesgebruikers. Rookwaren zijn ook op de
viltjeskar gesprongen. (waar springen die eigenlijk
niet op). Maar ook politieke partijen, algemene
campagnes, zoals b.v. aids preventie, gebruiken het
viltje als communicatievorm. Het mag duidelijk zijn
dat het viltje meer is geworden dan het kartonnetje
onder ons glas.
Anderzijds
zijn het niet de brouwerijen, maar de drukkerijen
die viltjes finaal produceren. Een historisch
overzicht geven van viltjes is dus eigenlijk ook een
stukje drukkerij geschiedenis. Vandaag zijn
drukkerijen gespecialiseerd in het maken en drukken
van viltjes. De firma Waterlomat uit Drogenbos is
reeds decennia lang gekend voor zijn zeer verzorgde
kwaliteit. Recentelijk kennen we ook de firma
Euromat uit Dour. Maar vroeger had je ook
specialisten. Opvallend is dat viltjes vóór de
tweede wereldoorlog (meestal) de naam van de
drukkerij vermeldden. Namen als Omer Lebbe, Rob
Otten, M. Vidrequin, F. Van Vossen, B. Cahen en
Oscar Meulemans zijn bekend.
Het is dan
ook logisch om, naast een historisch overzicht van
het viltje als brouwerij-artikel, ook een overzicht
te geven van het viltje als drukkerij-artikel.
De oudste
viltjes hebben weinig kleurschakeringen. Eén kleur
primeert (rood, bruin of groen). Deze kartonnetjes,
van zeer zacht materiaal, werden bedrukt door de
gezette tekens in het viltje te drukken. Dit geeft
als resultaat dat ze meestal in "relief" zijn. Deze
manier van drukken noemt men diepdruk of typo en
wordt heden nog weinig gebruikt.

Het
drukken op papier of karton gaf nogal wat problemen.
Blootgesteld aan het licht werd het viltje gelig. De
houtdeeltjes zorgden ervoor dat het men geen echt
scherpe beelden kon weergeven. Begin 1960 had een
Fins bedrijf een middel gevonden om het te bedrukken
oppervlak vrij van houtdeeltjes te maken, waardoor
een soort cellulose bovenlaag ontstond. Deze laag
was zuiver wit , liet de absorptie beter verlopen en
was nauwkeuriger te bedrukken. Hierdoor werden de
viltjes nog meer gebruikt voor reclamedoeleinden.
In
1964 werd bij Waterlomat het eerste viltje in offset
gedrukt. De kwaliteit was werkelijk superieur.
Midden 1970 werd bij Waterlomat de natte offset of
vlakdruk in produktie gebracht. De dikte van viltjes
is verschillend van land tot land. In België
schommelt deze tussen 1,4 en 1,55 mm. In het
Verenigd Koninkrijk is dit slechts 1,2 mm. Bij onze
Noorderburen zijn de viltjes 2 mm dik. Wie zei er
ook weer dat Nederlanders zuinig zijn ?
Tot besluit
nog een situatieschets van de hedendaagse
viltjeswereld. De vele uitgiften van viltjes in de
jaren 70-80, hebben geleid naar een veel grotere
belangstelling en dus meer verzamelaars. Sedert de
begin jaren 90, zijn er dan ook veel nieuwe
(regionale) clubs ontstaan of, hebben ruilclubs van
algemene aard, zich gespecialiseerd in viltjes. Al
die clubs geven herinneringsviltjes voor hun
ruilbeurzen uit (bestaande viltjes bedrukt op de
rugzijde). Maar door de vele clubs, is ook het
aanbod van dergelijke viltjes zo geëvolueerd dat de
echte verzamelaar er geen of weinig aandacht aan
schenkt. Ook het commerciële circuit vindt
vruchtbare grond bij ons. In Wallonië worden zeer
regelmatig series viltjes, met bierreklame, in de
vorm van een stripverhaal … verkocht. De brouwerijen
zitten er nog maar voor weinig tussen. Prachtige
viltjes, daar niet van, maar niet "the real stuff".
Het is echter
niet allemaal negatief. We zien ook dat het viltje
terug in de lift zit. Kleinere brouwerijen, die
20-30 jaar geen viltje hadden, komen nu met één of
meerdere viltjes op de markt. Nieuwe brouwerijen,
huisbrouwerijen hebben in de kortste keer een viltje
in gebruik. En, last but not least, hoeveel maal
hebben wij de laatste 10 jaar niet kunnen lachen
dankzij de 6-hoekige humorreeksen van Hoegaarden.
Tot hier mijn
historisch overzicht. Ik hoop dat u onthoudt dat
bierattributen verzamelen niet "vergaren" is maar
dat achter ieder onderwerp een uitleg, een
brouwerij, zelfs een verhaal kan zitten.
Met dank aan
Thierry, Luc, Johan en Paul voor de geleverde
informatie.
Auteur :
Jean-Pierre Decroos